De zon schijnt in mijn ogen en brandt op mijn huid. Zweetdruppels zijn nergens te bekennen, maar een lichte natuurlijke lichaamsgeur verraadt de schuring tussen mijn shirt en mijn huid. We zijn al een tijdje aan het lopen en vanuit de verte ziet hij de plek. Een van de oudste kopitiams in Singapore. Daar waar locals komen en toeristen hun weg niet vinden. We zoeken een plek. Buiten, waar de auto’s geparkeerd staan en de tafels en stoelen geen vaste plek hebben.
Er is hier geen vastigheid nodig.
Ik zet mijn tas op een tafel en we lopen naar binnen. Alsof we in een andere tijd terecht zijn gekomen. Terug naar de jaren waarin samenzijn meer werd gewaardeerd. Het interieur intrigeert me. Geen luxe, alles is opgezet om aan de basisbehoeften te voldoen. Het menu heeft drie sets en is handgeschreven. De inkt vervaagt. Een wachtende rij. Wanneer de bestelling wordt genomen, begint de man achter de toonbank al met het bereiden en binnen enkele seconden staan twee sets klaar. Toast met pindakaas/kaya, zachtgekookt ei en zwarte koffie. Hij heeft iets soortgelijks. Door de menigte lopen we terug naar buiten en plaatsen ons eten op de wankele tafel.
We praten over een boek dat jij aan het lezen bent, en ik sip aan mijn Kopi O Kosong.

Leave a comment